Surseance van betaling

Surseance van betaling biedt de onderneming een (wettelijke) adempauze. De betaling van opeisbare schulden mogen worden opgeschort met als doel het voorkomen van faillissement. De onderneming vraagt zelf de surseance aan en wordt door de Rechtbank gemachtigd.

De Rechtbank benoemt een bewindvoerder die samen met de ondernemer de operationele en vooral financiële middelen beheert. Nu kan in deze “luwte” worden gezocht naar een levensvatbaar scenario dat leidt tot een akkoord. Komt er geen akkoord tot stand, volgt doorgaans faillissement.

 

Surseance van betaling

Om te kiezen voor aanvraag van surseance, dien je op basis van objectieve- en met onderbouwde feiten ervan overtuigd te zijn, dat je onderneming levensvatbaar is. Blijkt dit niet haalbaar, is deze aanpak zonde van tijd en kosten en kan er beter direct faillissement worden aangevraagd.

 

De bewindvoerder

De eerste stap van de bewindvoerder is het  toetsen van de positieve cashflow, waarmee de lopende verplichtingen van de onderneming kunnen worden voldaan en er geen nieuwe schulden bijkomen. Hierbij wordt NIET gekeken naar de aanwezige schulden voor de datum waarop de voorlopige surseance is afgegeven, die worden dus letterlijk bevroren. Hier zit ook het risico van een surseance: jij geeft de regie uit handen:

surseance

    • De bewindvoerder is niet overtuigd van de levensvatbaarheid of constateert zelfs in de surseance status een negatieve cashflow situatie. Beide situaties nopen de bewindvoerder de Rechtbank te verzoeken direct de surseance om te zetten in een faillissement, aangezien een surseance niet mag leiden tot verhoging van de schuldpositie van de onderneming!
    • De bewindvoerder behartigt primair de belangen van de crediteuren en secundair van de onderneming.
    • De samenwerking tussen de bewindvoerder en jou verloopt geheel niet optimaal, omdat belangen loodrecht op elkaar staan. Jij staat voor de onderneming, terwijl de bewindvoerder voor “zijn” crediteuren moet staan.
    • Als niet 2/3 van het aantal concurrente crediteuren (vertegenwoordigen meer dan 75% van de totale concurrente schulden) voor definitieve verlening van de surseance stemmen, wordt de surseance niet verleend.
    • Wanneer de Rechtbank concludeert, dat crediteuren worden benadeeld of er geen vooruitzicht is op gedeeltelijke betaling van crediteuren, dan kan de Rechtbank alsnog vrij besluiten de definitieve surseance niet te verlenen.
    • Als gegronde vrees bestaat voor benadeling van de schuldeisers.

Accountant

Vooraf de accountant deze rekenexercitie laten uitvoeren, geeft de noodzakelijke duidelijkheid over of het aanvragen van surseance wel een realistische stap is. Externe adviseurs verzuimen nog al eens deze rekenexercitie vooraf aan de surseance aanvraag uit te voeren, vertrouwen blind op de aangereikte informatie van de ondernemer, of informeren niet of onvoldoende welke ongewenste gevolgen een surseance heeft! Dan is het prettig als er een bedrijfsadviseur in de buurt is, die je met zijn kennis en kunde kan bijstaan! Vooral als je bedenkt, dat er nog meer partijen aan bod komen in dit hele traject.

Dit is het moment om Adeor Bedrijfsadvies te bellen

Bank

Een volgende stap is het herstellen van de financiële structuur om de onderneming gezond te laten functioneren. Aan de hand van een boedelkrediet kan de bank haar medewerking verlenen, dit zal niet zonder slag of stoot gaan. Bij de bank moet vooraf zijn getoetst of de bank haar medewerking zal verlenen.

Werkt de bank niet mee met deze surseance aanpak, moet sterk worden overwogen of de surseance strategie moet worden gebruikt. Vaak worden banken voor een voldongen feit gesteld (de surseance is al verleend). Als de relatie al gespannen is, zal een dergelijk feit de bank enkel meer terughoudend maken om, zelfs op getoetste objectieve feiten, mee te werken aan een boedelkrediet.

Levensvatbaarheid

Als de financiële structuur en levensvatbaarheid zijn gewaarborgd, kan een akkoord aan concurrente crediteuren worden aangeboden en volgt een definitieve goedkeuring van de concurrente crediteuren. Voor dit akkoord is 2/3 meerderheid noodzakelijk en vertegenwoordigen ze 75% van de totale concurrente schuld. Vaak wordt een dergelijke stemming geaccepteerd omdat anders faillissement volgt en ieders opbrengst feitelijk nihil zal zijn. Als de crediteuren hebben ingestemd, volgt de homologatie van het akkoord door de Rechtbank; nu wordt het voorstel officieel goedgekeurd en wordt de surseance beëindigd.
Crediteuren worden uitbetaald en de onderneming kan weer op eigen kracht vooruit.

Relatiemanagement

Dit proces vraagt vanaf het begin excellent en objectief relatiemanagement naar crediteuren, bank en bewindvoerder, en niet iedere ondernemer heeft daar de tijd, geduld en vaardigheden voor. Daarnaast zijn bewindvoerders vooral juridisch onderlegd en hebben weinig kijk of oog voor het belang van de onderneming. Vaak leidt dit tot te snel aanvragen van het faillissement, waarbij de bewindvoerder het alleen voor het zeggen krijgt in de rol van curator. Dan speelt de ondernemer geen enkele rol meer en is alleen de curator verantwoordelijk.

De praktijk leert dan een surseance aanvraag in 95% van de cases uiteindelijk toch tot faillissement leiden!

Contact

Share